top of page

De FIFA als politieke multinational

  • Writer: Yannick Rietman
    Yannick Rietman
  • Mar 20
  • 4 min read
Bron: Photo News
Bron: Photo News

Er was een tijd waarin de FIFA eenvoudigweg de beheerder was van een sport die al van iedereen was. Straatvoetbal in Lagos, pleintjes in Buenos Aires, regenachtige amateurvelden in Nederland - daar lag de ziel van het spel. De bond faciliteerde, organiseerde en keek toe. Meer niet.


Vandaag is dat beeld onherkenbaar. Wat ooit een sportfederatie was, functioneert nu als een grensoverschrijdende machtsstructuur met eigen diplomatieke relaties, eigen economische agenda en een invloed waar menig regering jaloers op zou zijn. Het wereldkampioenschap is geen toernooi meer dat landen mogen organiseren, maar een megaproject waarvoor staten hun wetgeving aanpassen, belastingregels herschrijven en publieke ruimte uit handen geven.


Dat is geen sportbestuur. Dat is geopolitiek met een bal.


Het systeem-Blatter: cliëntisme in driedelig pak


Onder Sepp Blatter werd zichtbaar hoe diep de wortels van dat systeem zaten. Ontwikkelingsgelden waren geen neutrale investeringen in infrastructuur, maar politieke instrumenten. Stemmen voor het voorzitterschap werden niet gewonnen met visie op sport, maar met loyaliteit die werd beloond.


Blatter bouwde een wereld waarin nationale bonden afhankelijk werden gemaakt van de gunsten van Zürich. Wie meedeed, profiteerde. Wie kritisch was, stond buitenspel.


Het was een model dat we kennen uit de oude politiek: macht wordt geconsolideerd door middelen te verdelen, niet door verantwoordelijkheid af te leggen. De val van Blatter werd dan ook gepresenteerd als het einde van een tijdperk. Eindelijk zou het voetbal worden teruggegeven aan de sport.


Maar wat volgde was geen breuk. Het was een professionalisering van hetzelfde systeem.


Infantino: de manager van de macht


Met Gianni Infantino kreeg de organisatie geen hervormer, maar een bestuurder die begreep hoe je een mondiale machtspositie moderniseert. Waar Blatter de patron was, is Infantino de CEO. Waar Blatter afhankelijk was van zijn netwerk, heeft Infantino het netwerk geïnstitutionaliseerd.


De uitbreiding van het WK is het perfecte voorbeeld. Niet ingegeven door sportieve logica, maar door economische schaalvergroting. Meer wedstrijden betekenen meer uitzendrechten, meer sponsors, meer politieke deals. De inflatie van het toernooi wordt verkocht als inclusiviteit, maar is in werkelijkheid een verdienmodel.


Ook de keuze van gastlanden laat zien dat sportieve criteria allang ondergeschikt zijn geworden. Nieuwe markten, strategische regio´s en financiële garanties wegen zwaarder dan voetbalcultuur of supportersbeleving. Het WK is geen kampioenschap meer, maar een handelsmissie.


Dat maakt Infantino gevaarlijker dan zijn voorganger. Hij verpakt dezelfde machtsstructuur in de taal van hervorming en vooruitgang. Hij heeft de kritiek niet bestreden, maar geabsorbeerd in zijn communicatie.


De staat zonder burgers


Wat de moderne FIFA uniek maakt, is niet alleen haar rijkdom, maar haar positie. Ze opereert als een entiteit die boven nationale wetgeving staat. Gastlanden creëren speciale juridische zones waarin arbeidsregels, belastingwetten en commerciële rechten worden aangepast aan de eisen van een sportorganisatie.


Geen enkele multinational krijgt dat voor elkaar. Geen enkele ngo. Geen enkel bedrijf.


Regeringsleiders staan in de rij voor een foto met de voorzitter. Parlementen slikken uitzonderingswetten. Publieke middelen worden ingezet voor private evenementen.


En toch is er geen kiezer die invloed heeft op dit systeem.


Dat is de kern van het probleem: een machtsstructuur zonder democratische legitimiteit die wel publieke ruimte en publieke middelen gebruikt.


Supporters als consumenten


In dit nieuwe model bestaat de supporter niet meer als drager van de sport, maar als eindgebruiker van een product. Het stadion wordt een VIP-zone, het toernooi een contentplatform, de speler een asset.


Voetbalclubs leveren hun spelers af als waren het grondstoffen. Nationale competities worden aangepast aan internationale schema´s. Lokale tradities verdwijnen in het belang van mondiale kalender.


Het spel wordt nog steeds gespeeld op gras, maar de echte beslissingen worden genomen in vergaderzalen waar geen enkele supporter ooit komt.


Dat is bureaucratisering van een volkssport.


De morele marketingmachine


Misschien wel het meest cynische onderdeel van deze ontwikkeling is de retoriek. De leiding presenteert zich als moreel kompas van de wereld. Grote woorden over inclusiviteit, ontwikkeling en mondiale verbondenheid worden ingezet als marketinginstrument.


Tegelijkertijd worden deals gesloten met regimes waar die waarden geen betekenis hebben.


Dat is geen incident. Dat is een strategie. Door de taal van vooruitgang te monopoliseren, wordt kritiek neergezet als achterhaald of politiek gemotiveerd. De organisatie plaats zichzelf buiten het debat.


Wie tegen de FIFA is, is tegen het voetbal - zo luidt de impliciete boodschap.


Het monopolie op de mondiale droom


De echte kern van de macht ligt in het monopolie. Er is maar een wereldkampioenschap dat ertoe doet. Een organisatie die bepaalt wie mag meedoen, waar het wordt gespeeld en onder welke voorwaarden.


Zolang dat monopolie bestaat, blijft elke hervorming cosmetisch.




Concurrentie - het basisprincipe van elke vrije samenleving - ontbreekt volledig. En waar geen concurrentie is, verdwijnt de noodzaak tor verantwoording.


Het voetbal terug naar de samenleving


Voetbal is groot geworden zonder mondiale bestuurslaag. Het werd gedragen door verenigingen, door gemeenschappen, door competitie op basis van prestatie. Dat model was rommelig, soms chaotisch, maar altijd geworteld in de samenleving.


De oplossing ligt niet in een nieuwe voorzitter of een nieuwe ethische commissie. De oplossing ligt in het doorbreken van de concentratie van macht. In transparantie als voorwaarde voor organisatie. In invloed voor clubs, spelers en supporters.


De sport moet weer van onderaf worden opgebouwd, niet van bovenaf worden geëxploiteerd.


De bal rolt, maar van wie is het spel?


De tragiek is dat het voetbal zelf springlevend is. Elke week opnieuw bewijst het spel waarom het de grootste sport ter wereld is. Maar de structuur die er boven hangt, beweegt zich steeds verder weg van die werkelijkheid.


Blatter maakte van de FIFA een politiek netwerk. Infantino heeft er een politiek multinational van gemaakt.


En zolang we blijven doen alsof dat normaal is, blijft het spel dat van iedereen was in handen van een kleine bestuurlijke elite.


De bal rolt nog steeds.

Maar het spel is niet meer van ons.



 
 
 

Comments


bottom of page