De laatste sociaal-democraat die vrijheid durfde te verdedigen
- Yannick Rietman

- Mar 1
- 4 min read
Updated: Mar 2

Er bestaat een hardnekkig misverstand over Pim Fortuyn: dat hij een breuk vormde met de sociaal-democratie. In werkelijkheid was hij de laatste die haar oorspronkelijke belofte serieus nam. Niet de belofte van steeds meer overheid, maar die van verheffing. Niet het verdelen van schaarste, maar het creëren van kansen. Fortuyn stond in een traditie waarin de staat een middel was en nooit een doel op zichzelf. Een traditie waarin vrijheid geen bijzaak was, maar de motor van sociale vooruitgang.
De oude sociaal-democratie geloofde in zelfredzame burgers die via onderwijs, werk en eigendom hun positie konden verbeteren. Ze geloofde in sterke publieke voorzieningen, maar ook in persoonlijke verantwoordelijkheid. In die wereld was solidariteit wederkerig. Je droeg bij als je kon en werd geholpen als het nodig was. Fortuyn zag dat deze balans verdwenen was. De verzorgingsstaat was verworden tot een systeem dat meer bezig was zichzelf in stand te houden dan mensen vooruit te helpen. Dat was geen aanval op het sociale idee - dat was een poging het te redden.
Vrijheid als voorwaarde voor gelijkheid
Wat Fortuyn begreep, en wat vandaag nog steeds ongemakkelijk is om te erkennen, is dat gelijkheid zonder vrijheid eindigt in stilstand. Hij verdedigde de open samenleving niet uit economische overwegingen alleen, maar omdat hij wist dat emancipatie onmogelijk is zonder individuele ruimte. Een samenleving waarin alles wordt dichtgeregeld, produceert geen sterke burgers maar afhankelijke cliënten.
Zijn kritiek op bureaucratie, op bestuurlijke zelfgenoegzaamheid en op de grenzeloze uitbreiding van de staat kwam voort uit een sociaal instinct. Wie echt begaan is met mensen in kwetsbare posities, wil dat systemen werken. Wil dat onderwijs kennis overdraagt in plaats van experimenten faciliteert. Wil dat woningen worden gebouwd in plaats van vergaderd. Wil dat zorg toegankelijk is in plaats van georganiseerd rond formulieren.
Daarmee stond Fortuyn dichter bij de klassieke arbeidersbeweging dan bij de hedendaagse beleidsfabrieken die zich nog altijd op die traditie beroepen.
De partij die haar achterban verloor
Na zijn dood koos de sociaal-democratie niet voor zelfonderzoek, maar voor verwijdering. De kiezer die zich zorgen maakte over veiligheid, over integratie, over de kwaliteit van de publieke diensten werd weggezet als achterlijk of angstig. De arbeider werd ingeruild voor de kosmopolitische professional. De wijk voor het netwerk. Het gesprek voor het morele oordeel.
Dat was het moment waarop de beweging haar sociale wortels verloor. Niet omdat de samenleving veranderde, maar omdat de partijtop besloot dat bepaalde zorgen niet langer benoemd mochten worden. Fortuyn had juist laten zien dat je sociale politiek en stevige verdediging van de open samenleving kunt combineren. Dat je kunt pleiten voor sterke publieke voorzieningen en voor duidelijke grenzen. Die synthese werd na hem taboe.
De ongemakkelijke stemmen van nu
In dat landschap is het juist opvallend dat juist twee figuren uit diezelfde traditie zich blijven roeren: Rob Oudekerk en Ronald Plasterk. Niet omdat zij revolutionair zijn, maar omdat zij weigeren mee te gaan in de ontkenning.
Oudekerk spreekt over onderwijs alsof het nog steeds over kennisoverdracht en discipline mag gaan. Over wijken alsof sociale samenhang iets is dat onderhouden moet worden. Over verantwoordelijkheid alsof dat geen verdacht begrip is. Hij doet daarmee iets wat ooit vanzelfsprekend was: hij neemt mensen serieus als burgers in plaats van als doelgroepen.
Plasterk bewandelt een vergelijkbare weg. Hij durft te zeggen dat economische groei geen vies woord is. dat innovatie ruimte nodig heeft. Dat overheid niet overal beter in is dan de samenleving zelf. Dat zijn geen radicale standpunten. Dat waren ooit de bouwstenen van een sociaal project dat mensen vooruit wilde helpen.
Tegen de stroom in
Wat deze positie in 2026 bijzonder maakt, is niet haar inhoud maar haar context. In een politiek, klimaat waarin morele profilering vaak belangrijker is dan bestuurlijke effectiviteit, is het al bijna een daad van verzet om te spreken over resultaten. In een tijd waarin identiteit het debat domineert, is het revolutionair om het weer over klasse te hebben.
Fortuyn werd groot omdat hij die omkering zichtbaar maakte. Hij benoemd wat anderen niet meer durfden te zien: dat een samenleving die haar normen en waarden relativeert, haar zwaksten in de steek laat. Want zonder gedeelte regels, zonder verwachtingen, zonder structuur is het altijd de sterkste die wint.
Oudekerk en Plasterk staan niet op barricades en trekken geen volle zalen zoals Fortuyn dat deed. Maar hun betekenis ligt ergens anders. Zij laten zien dat het nog steeds mogelijk om sociaal te denken zonder in bestuurlijke reflexen te vervallen. Om vrijheid te verdedigen zonder het sociale ideaal op te geven.
De toekomst van een vergeten synthese
Misschien is dat wel de grootste erfenis van Fortuyn: de herdenking dat sociale rechtvaardigheid en individuele vrijheid geen tegenpolen zijn, maar elkaars voorwaarden. Dat een sterke samenleving niet ontstaat uit meer regels, maar uit meer vertrouwen in mensen. Dat de staat pas echt sociaal is als mensen in staat stelt zelfstandig te zijn.
De vraag is niet of Oudekerk en Plasterk zijn opvolgers zijn in stijl of charisma. Dat zijn ze niet. De vraag is of zij de laatsten zijn die nog proberen die oude combinatie levend te houden. Een combinatie waarin solidariteit niet betekent dat alles collectief wordt, maar dat iedereen de kans krijgt om mee te doen. Waarin vrijheid geen privilege is voor de happy few, maar de basis van het sociale contact.
Als dat zo is, dan is de echte conclusie pijnlijk. Dan was Fortuyn niet alleen de laatste van een generatie, maar de laatste vertegenwoordiger van het idee dat ooit de ruggengraat van de Nederlandse politiek vormde. Een idee dat wacht op herontdekking - niet in de vorm van nostalgie, maar als antwoord op de vraag hoe een moderne, vrije en sociale samenleving eer werkelijk uit kan zien.




Comments