Het vergeten hart van Nederland
- Yannick Rietman

- Jan 6
- 3 min read

Er ligt een dun rood boekje op tafel. De kaft is vaal, de foto erop korrelig. Een jongen in korte broek staat in een tuin in Ruurlo. De titel luidt: De Wondere Belaevenissen van Wimken. De naam onderaan: Wim Bluemers. Mijn opa.
Voor buitenstaanders is het misschien een bescheiden uitgave. Voor mij is het Nederlands cultureel erfgoed. Niet omdat het ooit is omarmd door literaire commissies of modieuze kringen, maar juist omdat het daarbuiten is ontstaan. Omdat het voortkomt uit een leven dat werkelijk werd geleefd, in een taal die niet werd aangeleerd maar ingeademd.
Mijn opa schreef in het Achterhoeks. Niet als folklore, niet uit nostalgie, maar omdat het zijn moedertaal was. De taal waarin hij dacht, droomde, werkte en liefhad. In de taal legde hij zijn wereld vast. Daarmee deed hij iets wat vandaag zeldzaam is geworden: hij nam het leven van gewone mensen serieus genoeg om het op te schrijven.
En juist dat maakt zijn werk zo waardevol.
Een stem zonder toestemming
Wim Bluemers werd in 1942 geboren in Ruurlo, als vijfde kind in een groot arbeidersgezin. Geen schrijversopleiding, geen literaire netwerken, geen subsidiepotten. Wat hij wel had, was een ontembare drang om te tekenen, te schrijven en te vertellen.
Toen zijn gezondheid hem later dwong zijn werk neer te leggen, koos hij niet voor zwijgen of bitterheid. Hij koos voor scheppen. Hij begon verhalen en gedichten te schrijven in zijn eigen taal. Hij bracht ze naar regionale kranten, naar de radio, naar kleine bundels die soms professioneel werden gedrukt en soms bijna huiselijk tot stand kwamen.
Hij vroeg geen toestemming om schrijver te zijn. Hij was het gewoon.
dat is vrijheid in zijn zuiverste vorm.
Waarom dialect cultuur is
Er wordt vaak gedaan alsof alleen het gestandaardiseerde Nederlandse cultuur draagt. Alsof alleen wat in schoolboeken en op nationale podia verschijnt telt. Maar taal leeft juist in haar variatie. Dialect bewaart klanken, uitdrukkingen en manieren van denken die anders verdwijnen.
In het Achterhoeks van mijn opa de geschiedenis van een streek, maar ook de mentaliteit: nuchter, humoristisch, soms hard, vaak warm. Zijn verhalen laten zien hoe het leven in de Achterhoek werkelijk was - het werk, de armoede, de trots, de onderlinge verhoudingen, de kleine vreugdes en de grote zorgen.
Dat zijn geen voetnoten. Dat is Nederland.
Tegen de culturele eenheidsworst
We leven in een tijd waarin cultuur steeds meer wordt gladgestreken. Alles moet passen in formats, beleidskaders en ideologische sjablonen. wat niet in die mallen past, verdwijnt langzaam uit beeld.
Het werk van Wim Bluemers staat daar haaks op.
Zijn taal was niet gecorrigeerd. Zijn zinnen niet afgestemd op modieuze gevoeligheden. Zijn wereld niet herschreven om netjes te passen. Hij schreef zoals hij sprak, en hij sprak zoals hij leefde.
Dat maakt zijn werk soms ruw, soms direct, soms ontroerend. Maar altijd echt. Het is cultuur die niet door commissies is goedgekeurd, maar door het leven zelf.
De waardigheid van gewone mensen
De grootste misvatting over cultuur is dat ze alleen wordt gemaakt door grote namen en grote podia. In werkelijkheid wordt een land gedragen door miljoenen kleine levens. Door mensen die werken, kinderen opvoeden, ziek worden, lachen, ruzie maken en dromen.
Mijn opa schreef die levens op.
Hij gaf stem aan mensen die normaal nooit een stem krijgen. Boeren, arbeiders, gezinnen, dorpsfiguren - niet als karikaturen, maar als mensen van vlees en bloed. Daarmee gaf hij het alledaagse iets wat het zelden krijgt: blijvende betekenis.
Zijn werk zegt: ook dit leven doet ertoe.
Mijn trots
Mijn opa overleed in februari 2021, in de periode dat een zware griep die we Covid-19 noemen door het land ging. Voor mij voelde het als een meedogenloze, uitgeputte winterziekte die hem, na een leven van hard werken en vechten, uiteindelijk te sterk werd.
Geen groot podium. Geen nationale herdenking. Maar zijn woorden zijn gebleven.
Elke pagina die hij schreef is een bewijs dat je geen instituut nodig hebt om iets waardevols te maken. Dat je geen keurmerk nodig hebt om betekenis te hebben. Dat je geen elite hoef te zijn om cultureel erfgoed achter te laten.
Ik ben trots op hem omdat hij zijn eigen stem nooit heeft verraden. omdat hij niet overstapte op ¨netter¨ Nederlands om serieuzer genomen te worden. Omdat hij bleef schrijven, ook toen het leven zwaar werd.
Hij liet zien dat cultuur niet van bovenaf komt, maar van mensen zelf.
Waarom dit bewaard moet blijven
Het werk van Wim Bluemers hoort niet in de vergetelheid. Het hoort in archieven, in bibliotheken, in regionale collecties. Niet als curiositeit, maar als stem van een tijd, een streek en een mentaliteit.
Zijn boeken zijn geen luxeobjecten. Het zijn tijdcapsules. Ze laten zien wie wij waren voordat alles werd gladgestreken, gecentraliseerd en gestandaardiseerd.
Dat is geen nostalgie. Dat is geheugen.
En zolang zijn woorden worden gelezen, leeft het vergeten hart van Nederland voort.
En daar ben ik, als zijn kleinzoon, oprecht en diep trots op.




Comments