top of page

Het vergeten hart van Nederland (2) - de man achter de paaseieren

  • Writer: Yannick Rietman
    Yannick Rietman
  • Apr 5
  • 3 min read
Bron: Charel van Tendeloo
Bron: Charel van Tendeloo

Op de foto staat een man tussen kleurige linten, beschilderde eieren en een palmpaasstok. Zijn hand rust op een tafel vol ambacht. Zijn blik is rustig, bijna mild. Wie het Achterhoekse leven kent, herkent het meteen: dit is geen pose, dit is iemand die zijn omgeving kent, bewaart en doorgeeft.


Het is mijn opa.


Niet als schrijver dit keer, maar als drager van iets anders wat minstens zo belangrijk is: levende volkscultuur. In het krantenbericht legt hij wat Reurei is, hoe palmpaasstokken worden gemaakt, waarom beschilderde eieren meer zijn dan versiering. Dertien jaar lang stond hij midden in die traditie, niet omdat iemand hem dat opdroeg, maar omdat hij vond dat het ertoe deed.


Dat is precies dezelfde drijfveer die hem deed schrijven.


Cultuur leeft door mensen, niet door instituten


Tradities bestaan niet omdat ze in een beleidsnota staan. Ze bestaan omdat mensen ze dragen. Omdat iemand de moeite neemt om linten te knopen, eieren te beschilderen, verhalen te vertellen en kinderen uit te leggen waarom het zo hoort.


Mijn opa deed dat niet als een vrijwilliger in een project. Hij deed het omdat hij vond dat zijn streek, zijn gebruiken en zijn taal niet mochten verdwijnen in de maalstroom van modernisering en bureaucratie.


Wat je op de foto ziet, is geen hobbyisme. Het is cultureel eigenaarschap.


Hij wist: als wij het niet doen, doet niemand het.


De paaseieren en het boekje horen bij elkaar


Wie denkt dat De Wondere Belaevenissen van Wimken losstaat van die paastradities, begrijpt hem niet. Het zijn twee kanten van hetzelfde karakter.


In zijn verhalen legde hij het Achterhoekse leven vast in woorden. In Reurei en op de eiermarkt deed hij hetzelfde in daden. Beide zijn vormen van verzet tegen vergetelheid.


Het beschilderde ei is geen kitschobject. Het is een drager van herinnering. Net zoals zijn dialectverhalen dat zijn.


Ze zeggen: wij waren hier. Zo leefden wij. Zo spraken wij. Zo vierden wij.


Tegen de verdwijnmachine


We leven in een tijd waarin alles niet ¨opschaalbaar¨ is, verdwijnt. Streektalen verdwijnen. Dorpsrituelen verdwijnen. Handwerk verdwijnt. Alles moet efficiënt, centraal aangestuurd en digitaal zijn.


Maar cultuur laat zich niet automatiseren.


Wat mijn opa deed, was het tegenovergestelde van die trend. Hij hield het kleine groot. Hij hield het lokale levend. Hij hield het echte vast.


Niet uit nostalgie, maar uit overtuiging.


Geen folklore, maar identiteit


Het is makkelijk om dit soort tradities weg te zetten als ¨folklore¨, als iets voor toeristen. Maar voor mensen als Wim Bluemers was het iets anders: het was identiteit.


Een gemeenschap die haar eigen rituelen verliest, verliest haar samenhang. Dan blijft er alleen nog administratief gebied over.


Mijn opa begreep dat. Daarom stond hij daar, jaar na jaar, met zijn palmpaasstokken en zijn eieren. Niet omdat het geld opleverde, maar omdat het zin had.


De vrijheid om je eigen cultuur te dragen


Wat mij het meest raakt, is dat hij dit allemaal deed zonder toestemming. Niemand had hem aangewezen als ¨cultuurdrager¨. Niemand had hem geadviseerd om het te doen. Hij nam de rol gewoon op zich.


Dat is dezelfde geest die hem deed schrijven.


Hij wachtte niet tot iemand zei dat het mocht. Hij deed het omdat hij het wilde.


En precies dat is de kern van een vrije samenleving: dat mensen zelf bepalen wat ze bewaren, wat ze maken en wat ze doorgeven.


Mijn opa als tegenbeeld van de tijdgeest


In een wereld waarin alles wordt overgelaten aan instellingen, laat Wim Bluemers zien wat een mens kan doen. Met een boekje. Met een palmpaasstok. Met een beschilderd ei.


Hij was geen beroemdheid. Geen beleidsmaker. Geen curator. Maar hij was een bewaker van iets wat zonder hem misschien verdwenen was.


En dat maakt hem groter dan menig naam in een museum.


Waarom dit ertoe doet


Wie alleen kijkt naar grote cultuur, mist het echte verhaal. Het echte verhaal zit in dorpen als Ruurlo. In mensen als mijn opa. In kleine boeken en grote toewijding.


Zijn leven laat zien dat cultuur niet wordt geproduceerd, maar geleefd.


En zolang we dat blijven erkennen, blijft het vergeten hart van Nederland kloppen.


Niet in vergaderzalen.

Maar aan keukentafels.

Op paastafels.

En in rode boekjes met een jongetje in de tuin.


Daar begon het.

Daar hoort het.



 
 
 

Comments


bottom of page